Ondernemen

“Zullen we binnenkort iets ondernemen?”, de vraag die we elkaar stelden omdat we ons een poosje hadden gemist. Ondernemen, zo’n woord waarmee van alles bedoeld kan worden maar wat meteen een idee van bewegen oproept. Iets doen zou je ook kunnen zeggen. De vriendin die de vraag stelde is van Doen, actie en beleven. Dat merk je bij haar aan alles en in het doen gebeurt er van alles. Tegelijkertijd noemt deze vriendin zichzelf geen ondernemer. Ze heeft een leuke baan, al jaren bij hetzelfde bedrijf en onderneemt binnen dit bedrijf van alles. Ons plan krijgt vorm en we appen dat het een lieve lust is. Er zit energie op het idee en de activiteit krijgt steeds meer vorm. We willen kunnen kletsen, samen stil kunnen zijn, ‘iets zien’ en even uit de sleur van alledag breken. “O, ja, ik wil ook proeven van die nieuwe vegan gerechten die ze in die strandtent hebben”, spreekt vriendin haar wens uit. Met onze wensen in beeld ontstaat er een uitje met een strandwandeling, een luie lunch in een hippe strandtent en besluiten we er een late lunch van te maken zodat er veel ruimte voor ons is. De rolverdeling in het ‘ondernemen’ is vanzelf gegaan, zij kent de strandtent en ik ben van de wandelingen dus er wordt een route gepland die voldoet aan onze behoefte te bewegen. In de voorbereiding zit veel pret en die voorpret nemen we mee op de dag dat we elkaar ‘eindelijk’ weer ontmoeten.

Terwijl we met elkaar wandelen wisselen we verhalen uit, gebeurtenissen uit de laatste maanden buitelen over elkaar heen. We maken de balans op zou je kunnen zeggen; wat hebben we verloren tijdens de Lock down maar veel meer nog; wat hebben we gewonnen. Vriendin verteld over het oplossen van nieuwe ‘problemen’ binnen het bedrijf en hoe dit flexibiliteit heeft gevraagd van iedereen in het bedrijf. Vriendin is betrokken in een rol die alles te maken heeft met vitaliteit en zij herkent hoe de ene collega kon gedijen en de andere collega op ‘achterstand’ kwam. In mijn verhalen gaat het over mijn onderneming, als ZZP-er raakte ik snel veel opdrachten kwijt en anderen werden op de baan geschoven. In mijn werk als teamcoach kwam ik ook op een zijspoor terecht nu de focus vooral op ‘de handen aan het bed’ werd gelegd. Na een korte stilstand kwam ik weer in beweging. Nieuwe ideeën kregen vorm en er werd een kaartenset ontwikkeld samen met collega’s uit het veld.

Lopend door het duin herkennen we onze energie en benoemen we de veerkracht die we bij veel mensen hebben herkend en we herkennen het ondernemen. Met creativiteit zijn mensen aan de slag gegaan om de ‘nieuwe vragen’ met nieuwe antwoorden op te lossen. Het is voor ons niet moeilijk om op deze plek in de duinen de beweging van zand en gras te herkennen, het buigen en verwaaien om op een andere manier dezelfde veiligheid te bieden aan het land achter de duinen. We lachen wat om ideeën die opportuun bleken of te vroeg kwamen, en hoe in de duinen een kuil ontstaat waar je dan (dat dan wel) lekker kunt zonnen. We zijn ook samen geïmponeerd door de ideeën die precies raak waren en een niet gestelde vraag herkenden en oplosten. 

Als we aankomen bij de strandtent zijn we getuige van een andere vorm van ondernemen. De eigenaar heeft een schort voorgebonden en staat op het terras met zijn nieuwe menukaart. Hij straalt bij het zien van de gasten die een plekje veroveren op het terras. En met zichtbare trots vertelt hij over (die) nieuwe Vegan gerechten. Hij heeft de Lock down benut zegt hij: “Ik kon niet toekijken hoe mijn bedrijf ten onder zou gaan en moest iets onderscheidends verzinnen”. Het schort heeft hij voorgebonden omdat hij ook zichtbaarder wil zijn en hiermee zijn nieuwe kaart promoten, tegelijkertijd is er ook (even) geen geld voor meer personeel. Vriendin en ik worden geraakt door zijn enthousiasme en voelen meer dan we weten dat horecaondernemers een spannende tijd doormaken. We maken een keuze uit het menu en als onze gerechten op tafel komen genieten we van het creatieve resultaat.

Na de lunch doen we een dutje op de loungebank, onze volle buiken en de zon maken dat we ons gekoesterd voelen en een (biologisch) wijntje maakt ons rozig. We besluiten een kop koffie te nemen, rekenen af en gaan weer aan de wandel. Stil zijn we terwijl we langs de vloedlijn spelen met water en zand. Aangekomen bij het duin hervatten we ons gesprek.  Opnieuw komt het woord ondernemerschap voorbij. Hebben we het over onze beweging, de beweging van de eigenaar van de strandtent, de beweging in het bedrijf van Vriendin en de beweging die ik heb gemerkt in mijn zzp schap en in mijn rol als werknemer. We vinden een woord uit: werkondernemerschap. Hebben het nog een poosje over de energie die gepaard gaat met ontwikkelen. Hoe er eigenaarschap wordt gecombineerd met kansen. Het is als het aan en afrollen van de zee, als eb en vloed. Waarbij er bij EB echt meer gejut kan worden.

Ondernemen zet ik bovenaan deze blog, de afgelopen maanden hebben we weinig kunnen ondernemen en tegelijkertijd is er meer ondernomen dan ooit of vooral anders. Opvallend genoeg hebben sommige ondernemingen daarbij gefloreerd en anderen hebben het echt heel moeilijk gehad. Met mijn blik in de zorg herken ik hoe er leiderschap, ondernemerschap, eigenaarschap en meer van dit soort begrippen worden geïntroduceerd als antwoord op die moeite. Klanten vinden en binden, collega’s vinden en binden. Juist op plekken waar ondernemerschap niet vanzelfsprekend is wordt dit als een antwoord op knelpunten en vraagstukken gezien. Vriendin en ik gaan er nog even mee aan de haal en de metaforen buitelen over elkaar heen terwijl we bij onze auto aankomen. Op de motorkap zittend pakken we de metafoor van de grootgrutter die erin is geslaagd herkenbaar en betrouwbaar zichtbaar te zijn en met een breed concept bijna alle Nederlanders bediend. Dat is ondernemen op heel grote schaal en daarbij wordt een formule gebruikt die zo flexibel is dat iedere franchisenemer zijn ‘eigen’ onderneming voert. Vriendin stapt in haar blauwe autootje en lacht me toe; “als je dat toch eens zou kunnen introduceren in zorgland…”  
Een week later hanteer ik de metafoor in een gesprek met een zorgmanager, een paar dagen later in een zorgteam…

Losvast

We schrijven 1988, het laatste jaar van de opleiding. Met mijn vriendje (sinds ’85, zelfde opleiding) maak ik een werkstuk voor het vak fotografie. We volgden een opleiding om ‘begeleider’ te worden. Bijdragen aan kwaliteit van leven was ons verlangen. Zoals gezegd maakten we een werkstuk; fotografie was belangrijk in die tijd voor ons beroep. Waardevolle momenten vastleggen maar ook een ‘oog ontwikkelen’ voor je pupil, bewoner of oudere. Fotografie als vorm om te leren kijken. In de opdracht gingen wij aan de slag met een thema dat ons, vriendje en mij, verbond. Hij, jongen van de wal, gesteld op voorspelbaarheid en regelmaat. Ik, meisje van het water, gewend aan onvoorspelbaarheid en vertrouwd met het meebewegen op de stroom. We trokken uren door de Rotterdamse haven om trossen en bolders te fotograferen.

Een fotoshoot met Lizette. We maken foto’s voor mijn Website en Social media. Tijdens de shoot ‘zoeken’ we naar beelden die vertellen over mij, wie ik ben, waar ik van ben en hoe ik daarmee ben. Er ontstaat een ‘verhaal’ in beeld over mij. Een verhaal over een meisje van het water , een meisje dat is uitgegroeid tot een vrouw die zich aan land heel senang voelt. Veel van de foto’s maakt Lizette op de grens van water en land. Op enig moment stap ik zelfs even aan boord van een schip om iets van roots te tonen. 

Bladerend door de foto’s van de fotoshoot valt mijn oog op de bolder met de ‘touwen’. Mijn hand rust op die bolder en in mij opent zich een verhaal. Een verhaal dat alle symboliek van dit beeld samenbrengt. Een systemisch verhaal dat naar buiten wil. 

Daar staan ze de twee bolders, op hun plateau op de voorsteven van het schip. Samen houden ze het schip op de plek, een steek naar voren en een steek naar achteren. Het verteld dat we niet zomaar even op deze plek zijn maar van plan zijn langer te blijven. De twee bolders houden met hun touwen het schip op zijn plek, rekening houdend met getijden en beweging. De ’slag’ om de bolder zet ‘zachte kracht’ waardmee het voorkomt dat er deining ontstaat. Samen zorgen ze dat we comfortabel zijn. Dit vastleggen betekent meteen vrijheid voor de bewoners van het schip, we kunnen de wal op, weg van huis. We gaan erop uit of we gaan naar school. Met de bedoeling te spelen of te leren en altijd met het idee weer ‘thuis’ te komen. 

Een ander beeld dat ik zie op deze foto is de hand die rust op een van de twee bolders, mijn hand. Leunen, hangen, chillen, bolders lenen zich voor van alles, heel vaak heb ik erop gezeten, er tussen of er omheen gehangen.
De hand rust, beschermt, voelt en maakt een vertrouwde indruk, ze lijkt thuis.

Dan valt mijn oog op de tattoo, ik ga er niet heel erg over uitweiden maar heel opvallend zijn de twee zwaluwen, in het ‘bandje’ zijn er nog vier verstopt. De twee zwaluwen staan op de foto in eenzelfde lijn als de bolders. Bij het zien van dat beeld raakt het me. Bolders en Zwaluwen. Voor mij staan ze symbool voor vrijheid en thuis. 

Thuis op de bank, naast mij; Man, het vriendje van toen. Al 35 jaar spelen we het spel van bolders en trossen. Is hij ‘mijn bolder’ waar ik kan leunen, steunen en hangen. Is hij de tros die mij de ruimte geeft om te kunnen gaan, te verkennen en thuis te komen. Leggen wij vast en gooien we de trossen los. Als we het erover hebben blijkt dat omgekeerd ook zo. We lachen er samen om, zijn wij dan de twee bolders die daar stevig en betrouwbaar staan te zijn? Of twee trossen? Nee, dat willen we niet (meer), wij zijn de twee zwaluwen die erop uitvliegen en keer op keer thuiskomen. 

Nog heel even naar 1988, in een donkere kamer gaat het fotorolletje in de ontwikkelaar, wat licht erbij en daar staan ze: Bolders.

Prinsessendochter

In een land, hier niet eens zo heel ver hier vandaan, woont een prinses die voor het hele land onherkenbaar is.
De prinses woont, net als de meeste mensen, in een huisje met haar prins en hun kinderen, de prinsjes en prinsesjes. Niemand in het land weet dat de mevrouw in het straatje een prinses is en iedereen noemt haar gewoon mevrouw of Anne. Prinses Anne houdt haar huisje schoon en doet boodschappen net als alle andere mensen in het land. Eigenlijk is zij ook vaak vergeten dat ze een prinses is.

Soms gaat prinses Anne op bezoek bij haar ouders, de koning en de koningin, in hun kasteel. Het kasteel lijkt ook een gewoon huis maar als je goed kijkt zie je dat de meubels heel groot zijn, zoals in een kasteel. Er is ook veel dat blinkt en glinstert. Maar het meest merk je dat je in een kasteel bent door de koningin. De koningin heeft namelijk een troon en zij verteld aan alle mensen in het land wat er moet gebeuren en hoe het moet gebeuren. De mensen uit het land komen graag op bezoek bij de koningin want zij geeft altijd antwoord op moeilijke vragen en weet precies hoe je problemen moet oplossen. Aan de armen in het land geeft zij eten en de rijken geeft zij complimenten, zodat iedereen in het land blij met haar is. 

De mensen in het land kennen de koningin goed, veel beter dan de koning. De koning is altijd in de buurt van de koningin maar hij is niet zo groot en statig. De koning is een kleine man en meestal vergeet hij ’s morgens zijn kroon op te zetten of zelfs zijn haar te kammen en hij heeft geen troon sinds de koningin daarop is gaan zitten. Veel bezoekers aan het kasteel denken zelfs dat de koning iemand van het personeel is of de nar die de koningin vermaakt.

Prinses Anne maakt zich hier vaak een beetje boos over, het is niet eerlijk dat de mensen in het land niet zien dat de koning heel slim en wijs is. Het is ook niet eerlijk dat de koningin door iedereen zo aardig wordt gevonden. Eigenlijk is de koningin namelijk een bedriegster, zij is geen echte koningin. Dat is een geheim dat de prinses per ongeluk heeft opgevangen toen zij een keer niet kon slapen. Ze heeft toen gehoord dat de koning wel een echte koning is maar dat de koningin doet alsof. “Daarom is er ook maar één troon in het kasteel en daar is de koningin stiekem op gaan zitten,” denkt de prinses. Prinses Anne is van plan om de koningin te ontmaskeren, ze wil dat iedereen in het land ziet dat de koning echt is én ze wil dat iedereen in het land ziet dat zij een prinses is. Dus prinses Anne verzint een plannetje. 

Als er een groot feest is komen er heel veel mensen naar het kasteel. Iedereen brengt bloemen of een cadeautje mee voor de koningin. In het kasteel wordt gezongen en gegeten. In de keuken worden de mooiste gerechten gemaakt om aan alle gasten voor te zetten. Er is genoeg eten voor iedereen. Mooie schotels vlees, vis en ander lekkers. Op mooie schalen met gouden randjes, schalen die nog van de ‘oude Koningin’ waren.

Prinses Anne ziet het allemaal en heeft boze ogen en een koud hart. Ze is blind van boosheid en ziet niet hoe blij de koning kijkt. Ze ziet niet dat de koning met trots en liefde plaatsneemt naast zijn koningin. Prinses Anne ziet alleen bedrog en is woedend. Zij neemt haar kans om wraak te nemen en besluit het feest te verknallen. Daarvan zal de koningin de schuld krijgen en dan zal iedereen meer van de koning houden. Prinses Anne sluipt de keuken in en besprenkeld al het eten met een groen drankje dat zij uit het geheime zakje van haar jurk haalt. Het groene drankje van jaloezie maakt het eten wrang en hierdoor valt het naar in de maag. De meeste gasten verlaten snel het feest als zij van de mooie gerechten hebben gegeten. Al gauw zijn alleen de koning en de koningin over met de prinsen, prinsessen en het personeel. Iedereen ziet een beetje grauw of groenig en heeft pijn in de buik.

Nu de gasten zijn vertrokken en het feest zo rottig is afgelopen hangen de koning en de koningin wat rond.
De koningin hangt slapjes op haar troon en de koning schurkt dicht tegen haar aan met vreselijke pijn in zijn buik. Prinses Anne bekijkt het met gemengde gevoelens. Ze is trots dat haar plannetje is gelukt, het feestje is verpest, de mensen zijn ziek en gauw zal iedereen denken dat de koningin een fout heeft gemaakt in haar hofhouding. Dan zal ze door de mand vallen en zal iedereen weten dat zij een nepkoningin is. Maar prinses Anne heeft ook een beetje pijn in haar eigen buik. Ze heeft een beetje gegeten en voelt hoe het groene drankje haar pijn doet. Erger nog, ze ziet hoe de koning ineenkrimpt van de pijn in zijn buik. De koning ziet letterlijk groen van ellende en kruipt over de grond van de pijn in zijn buik. Dit was niet de bedoeling van prinses Anne, haar koning had niet zo ziek mogen worden. Prinses Anne wordt bang, haar vader, de koning zal toch wel beter worden?!

Het wordt een lange nacht in het kasteel, alle gasten kermen van de buikpijn en in de kamer van de koning en de koningin lijkt het wel het allerergst. Tegen de ochtend vliegt de deur open en komt de koningin krijsend naar buiten: “De koning, de koning, help haal een arts, mijn koning is groen en hij wordt niet wakker”. Iedereen in het kasteel schrikt en wacht bibberend van angst op de komst van de hofarts. De arts onderzoekt de koning en verteld aan de koninklijke familie wat er aan de hand is. De koning heeft buitensporig veel van het groene drankje binnen gekregen. Hij heeft namelijk ook het bord van de koningin leeggegeten omdat zij niet zo van het hertenvlees houdt dat werd geserveerd. De koning is nu heel erg ziek van het groene gif en de hofarts maakt zich ernstige zorgen. Er wordt een onderzoek ingesteld naar de boosdoener die iedereen op het feest wilde vergiftigen. Als de arts weet welk gif is gebruikt kan hij de koning beter maken

Prinses Anne schrikt en is bang, wat als iedereen erachter komt dat zij dit heeft gedaan? Maar als zij niets zegt weet de hofarts niet precies hoe hij de koning kan beter maken.
De hele dag draait prinses Anne rondjes in het paleis. In de troonzaal loopt zij gaten in het tapijt. Als de avond valt neemt de koningin plaats op haar troon en ziet de sporen op het tapijt en kijkt prinses Anne indringend aan. “Mijn kind wat ben je ongedurig? Waarom loop je je gedachten in cirkels?” Prinses Anne kijkt haar moeder radeloos aan en kent maar een oplossing, zij moet vertellen wat zij heeft gedaan. Met een naar gevoel van schuld, verdriet en angst biecht prinses Anne op dat zij een plannetje had om haar moeder te ontmaskeren. De koningin hoort haar aan en sommeert om de hofarts, die natuurlijk direct aan het werk gaat om de koning beter te maken.

Twee dagen duurt het voordat de koning zijn gewone kleur terug heeft en terugkeert in de troonzaal, daar neemt hij plaats op zijn troon. De koningin heeft een prachtige troon laten maken voor haar koning. Helemaal op maat en met precies de goede kleuren en stoffen die passen bij de koning. De koning en koningin pakken elkaars hand en roepen prinses Anne bij zich. “Dochter”, spreekt de koning: “Je hebt je groter gemaakt dan je recht was. Je hebt jezelf koningin gewaand en geoordeeld. Hiermee heb je de koningin, mijn vrouw, onrecht gedaan.” Prinses Anne staat voor haar ouders en buigt het hoofd, zij voelt zich klein en wacht met bevende knieën op de straf die haar wacht. Dan hoort ze tot haar verwondering de liefdevolle klank in de stem van haar moeder: “Dochter, verblind door liefde voor jouw koning, jouw vader, zag je niet zijn liefde voor mij en mijn liefde voor hem. Kon je niet geloven in de kracht van die liefde en de grootsheid van jouw vader, de koning. Onze liefde voor elkaar gaf ons jouw, ons prinsessenkind en daarmee zijn wij groots. Wij vergeven jou je daad uit angst en nemen je op in ons kasteel waar jou en jouw gezin een koninklijke toekomst wacht.”

Prinses Anne is nooit meer teruggegaan naar het huisje in het straatje waar zij onopvallend woonde. Zij nam plaats in het kasteel met haar prins en prinsenkinderen. Soms kun je het kasteel zomaar herkennen als je in een huis ziet waar het net iets meer glimt, glinstert of straalt. Misschien wonen in dat huis wel een koning en koningin die heel veel van elkaar én hun kinderen houden.

Disponibel

Als kind wist ik het al. Het is niet ok om uit te sluiten. Iedereen hoort erbij en voor alles is er plaats.
Als we dat niet doen is dat niet eerlijk. Vanuit dat ‘weten’ heb ik me sterk gemaakt voor van alles en nog wat en toen ik naar school ging kwamen daar veel iemanden bij. Groepsgenoten die ‘erbij’ gehouden moesten worden en onderweg naar huis ‘leerde’ ik anderen over erbij horen. Naarmate ik ouder werd groeide mijn mogelijkheden om inclusief te leven, voor alles en iedereen aanwezig te zijn. Klinkt goed he?!

Niet dus. Door alles in te sluiten kon het namelijk gebeuren dat ik iets uitsloot. Het belangrijkste dat werd uitgesloten was mijn gevoel. Er ging een deksel op, niet voelen helpt als je alles wilt insluiten? Wat ook belangrijk is, ik sloot uitsluiten uit. Dat kan natuurlijk helemaal niet. Probeer maar eens tegen alles ja te zeggen. Dat gaat niet lukken, de tijd is te klein en je agenda te krap. Geloof me; ik heb geprobeerd harder te lopen, sneller te eten, minder te voelen en vooral veel te vinden. Oeps, weer een, oordelen zijn een vorm van uitsluiten. Mijn oordeel sluit nieuwsgierigheid uit en maakt dat ik belangrijker (b)lijk dan de ander.
Ben jij al nieuwsgierig waar dit naartoe gaat? Ik ben op z’n minst benieuwd.

Als systemisch werker heb ik geleerd dat er voor alles Plek is. Ook voor geen plek of liever gezegd niet deze plek. Ik neem je even mee naar het schoolplein, basisschool, de kinderen spelen buiten en Jan zegt tegen Henk dat hij niet mee mag doen. Henk draait zich om en loopt naar een volgend groepje. De hulpmoeder die de ‘buitensluiting’ heeft gehoord vindt er wat van. Is Jan nou helemaal gek geworden? Ze spreekt Jan erop aan en roept Henk erbij: “Jullie gaan samen spelen”, sommeert ze. Zowel Jan als Henk kijken haar verontwaardigt aan, “ik kan niet met hem spelen, hij heeft me pijn gedaan”, zegt Jan en Henk: “ik kan niet met hem spelen, ik heb nog geen sorry gezegd”. De kinderen hebben feilloos door dat hun akkefietje nog ‘een plekje’ moet krijgen en dat daarvoor ruimte nodig is, in tijd en op het schoolplein. In het kinderbrein hoort het er allemaal (nog) bij, oefenen met de ruimte, de eigen plek, de volgorde van en de balans op orde brengen. 
Onderweg naar onze volwassenheid leren we hierop bij en ook niet onbelangrijk leren we hierop af. Afhankelijk van onze ervaringen en hoe we hiervan leren maken we patronen aan waarmee we oplossen/plek geven, volgorde maken en balans bepalen.

Even terug naar mijn kindertijd, Disponibel werd een belangrijk woord in mijn leven. Het betekent zoiets als beschikbaar zijn. Ik nam me (onbewust) voor ‘altijd beschikbaar’ te zijn, flexibel, grenzeloos en maakte veel ruimtes (in mij) waarmee dat ook gefragmenteerd kon.
Prachtige kwaliteiten heb ik aan die tijd overgehouden waar ik nu iedere dag mijn voordeel mee doe. Die kwaliteiten waren echter een tijd niet beschikbaar, ik ging namelijk out. Door altijd beschikbaar te zijn had ik geen oog meer voor mijn behoeften, gek he die sloot ik uit, daar was ik niet beschikbaar voor en een poosje niet beschikbaar door.

In de afgelopen 20 jaar heb ik geoefend met in- en uitsluiten. Deze week gebeurde er iets waardoor ik dat zomaar ineens weer helemaal kon insluiten. Een JA tegen mij is een NEE naar buiten en als je dat doet in verbinding met de ander sluit je in, ook jezelf.

SpelenderWijs

Ik schrijf de titel en voel precies waar het hier over moet gaan.
En toch: het duurt een hele tijd voor ik de woorden vind om te beginnen en daarna speel ik een poos met de verhaallijn. Dus ik begin met het einde, de bedoeling, wat de boodschap is. 

Spelen maakt wijs. Op verschillende manieren bekijken, bevoelen en beantwoorden maakt wijs. Nieuwsgierig en onderzoekend zijn maakt wijs. Je vrij voelen om te proberen en je laten verrassen door de uitkomst, het versterkt jouw wijs. Wijs, spelende wijs, leren en groeien doen we met hart, hoofd en handen (lijf). 

Terwijl de wind om het huis giert en de laatste bladeren van de bomen waaien schrijf ik aan de keukentafel. Beelden uit mijn kindertijd komen voorbij, zinnen van de webinar vorige week nestelen zich tussen die beelden. Ik zie mezelf grijs en wijs achter mijn laptop.
Onderweg in de 50 zou je kunnen zeggen dat ik aan het begin van levensherfst ben begonnen. Ik ga ervanuit dat ik ongeveer 100 word en dat betekent in de seizoenen van het leven dat ik bij mijn derde kwart ben, de herfst. Het seizoen van loslaten en zaaien, doorgeven en verwaaien. De herfst doet dat in een bonte kleurenpracht met hier en daar een bui en daar tussen zonnestralen die ons herinneren aan lente en zomer. De wilg die meebuigt in de wind (veerkracht) en de stam die stevig staat (wilskrach) langs de sloot. De zon op de natte ramen van de bui die voor groei zorgt terwijl het buiten koud is zodat de natuur de rust kan gaan vinden. Mijmerend kijk ik over de akker die nog gerooid wil worden…

Als ik terugkijk op mijn leven kan ik zien hoe ik als kind speelde met andere kinderen of met mezelf en zo betekenis heb gegeven aan de dingen die er waren. Soms speelde ik om er juist niet mee bezig te hoeven zijn en soms om ervan of door te leren. Spelen met anderen gaf me andere beelden, betekenissen en oplossingen. Ik zie me nog op de speelplaats met meisjes en onze poppenkinderen, ik voel nog de opwinding na een opmerking van een poppenmoeder. Zo’n opmerking die de wereld doet kantelen omdat het iets openmaakt wat je nog niet eerder had gezien of gevoeld. Deze wijsheid woonde gewoon in de groep waar ik deel van uitmaakte, werd beschikbaar in het spel.

In mijn ‘grote mensen’ leven ontdekte ik dat spelen minder belangrijk was dan serieus leren. Vlijt was op mijn rapport altijd een dingetje geweest omdat leren mij ‘makkelijk’ afging en spelen was de verkeerde oplossing. Leren kwam daarmee gelijk aan hard werken, op je tenen lopen en lijden. Ik heb wat afgezucht…om maar te laten zien hoe vlijtig ik (geworden) was.
Tot ik tot de ontdekking kwam dat leren heel goed met plezier en spelen te combineren is. Voor mezelf lukte dat heel goed en met veel plezier paste ik, wat ik spelenderwijs ontdekte, toe in mijn werk. Nou werk ik, niet helemaal toevallig, met groepen. Groepen die willen leren of mensen die in groepen willen leren en groepen die iets met elkaar te doen hebben. Daarmee ben ik ineens terug bij de poppenmoeders van toen. De wijsheid woont in de groep en wat ben ik graag degene die de wijsheid beschikbaar maakt.

Terug aan de keukentafel waar ik zit te schrijven word ik geraakt door het beeld van de wilg in de herfst en de herinnering aan die poppenmoeder en het belang van spelen. Ik voel ergens de oorsprong van het ontstaan van mijn vreugde in het spelen met groepen, het samen optrekken en ontdekken. Tegelijk zie ik ook hoe in de vroege herfst van mijn leven de oogst (nog) herkenbaar is. Hoe de webinar van vorige week, de beelden uit mijn kindertijd en de aangebroken herfst verbonden zijn. Ik heb zaden die mogen verwaaien.

Afgelopen tijd ben ik me er intens bewust van geworden dat ik een groepswerker ben. Al meer dan 30 jaar de wijsheid van de groep losmaak door hen te faciliteren in spel en leren. Dat met plezier en liefde doe, bakken plezier en lepeltjes liefde! In deze tijd doe ik dat graag met TeamPlaymobil omdat zij helpen het plezier zichtbaar en voelbaar te maken. Maar eerlijk is eerlijk als er geen Playmobil was dan vond ik wel iets anders (op de speelplaats) om het spelenderwijs uit te vinden.

BEELDSPRAAK spelen met zinnige beelden.

Vanaf zaterdag 5 september is Beeldspraak te koop.

Beeldspraak is een kaartenset voor begeleiders, coaches en trainers waarmee je uitnodigt tot gesprek. Samen met Marianne Zuur ontwikkelde ik deze set. Op verschillende manieren kun je set gebruiken, er zijn gebruiksvarianten toegevoegd. Wij nodigen je uit intuïtief aan te sluiten bij jouw bedoeling.

Via deze link kun alle info over beeldspraak vinden en natuurlijk kun je hier ook je bestellingen plaatsen.

http://www.info-beeldspraak.nl

@ Anouscha…

11845597-0CBE-494D-A275-5C633FE2743C@Anouscha…..

Deze week lees ik berichten van verschillende kanten die een voorspelling doen over de toekomst.
Ergens voelt het als een waarschuwing die komt nadat de aanrijding al heeft plaatsgevonden. 
Het gaat om de voorspelling dat ‘ we ‘ straks een burn out hebben of dat ‘de rek eruit’ is, er volgt een golf van mentale uitputting.

Een collega (Jeroen Zwaal) reageerde op Linkedin met een vrolijke associatie op het woord golf en maakte het voor mij behapbaar.
Ik heb het geprobeerd terug te vinden maar dat is me niet gelukt, ik moet het met het idee doen dat bij mij achterbleef.

Eerlijk is eerlijk ik ben moe, er is veel gebeurd dit jaar en zo hier en daar zit ik er nog middenin. Onze voorjaarsvakantie werd een dagje Zeeland en daarnaast bleven we thuis.
Terug aan het werk was ook thuis en de maandelijkse etentjes , precies ook thuis.
Thuis werd en is een belangrijke basis van waaruit nu veel wordt ondernomen.
Met Thuis groeide het gebruik van mijn computer. Inmiddels maak ik gebruik van Desktop, laptop, tablet en smartphone in combinatie met (extra) beeldschermen om ARBO veilig mijn werk te doen.

Mijn werk bestaat uit het coachen, trainen en begeleiden van mensen en teams.
‘Vroeger’ deed ik dat het liefst aan de keukentafel of in ieder geval in de nabijheid en fysieke ontmoeting met mensen.
De afgelopen maanden werd dat niet mogelijk geacht dus veel van de afspraken werden omgezet naar een ‘digitale’ afspraak.
In mijn mailbox zie ik onder verzonden berichten eindeloos veel @ met de bedoeling een afspraak te plannen en een digitale sessie te hebben.
Of liever gezegd ik zag! De laatste tijd nemen die afspraken namelijk af. Nogal drastisch af. Je kunt het wijten aan de zomerdrukte in veel (zorg) teams? J
e kunt het wijten aan het ongemak van al dat online-werken? Maar misschien is er ook iets anders aan de hand? Misschien onderschatten we mensen en hun rek of liever gezegd de veerkracht van mensen?

Even terug naar april. We waren net bekomen van de schrik van Covid, nog beduusd en zoekend naar oplossingen en antwoorden. Ik herinner me dat ik zelfs op zoek was naar zingeving. Begeleiders, coaches en trainers werden (tijdelijk) geparkeerd langs de zijlijn en ‘overleven’ was prio 1. Hiermee stond ik aan de kant en ik herinner me mijn ongemak; niets te kunnen doen. Dus bedachten we dat we moesten voorbereiden op de nabij toekomst; we bouwden een luisterlijn, bedachten werkvormen om online aan de slag te kunnen etc. Hieronder zat de vooronderstelling dat ‘men ons nodig zou gaan hebben’.
Heel eerlijk, de verwachtte hordes vragen bleven uit. Dus verklaarden we; hulpverleners vragen moeilijk hulp. Nog steeds de vooronderstelling dat we dat nodig (zouden) hebben.

In mijn dagelijks leven zie ik dat mensen zich ‘aanpassen’, praten over en (terug) verlangen naar. Wat me daarbij vooral opvalt: Mensen zijn veerkrachtig, maken er wat van en anticiperen zelfs op een langdurige Corona-situatie. We verzinnen oplossingen en bedenken manieren om dagelijkse knelpunten op te lossen. We doen het stapje voor stapje, bekijken het per behapbare tijdseenheden, maken fouten en klagen en mopperen. Dat laatste stemt me tevreden; zolang Nederland moppert gaat het goed.

Nou ja, zoals ik al zei; ik ben moe, dan word ik een beetje zeurderig en wil graag mijn gelijk. In mijn privé-leven zie ik ook heus wel hoe moeilijk het is in deze tijd voor ongelooflijk zware momenten een oplossing te vinden. Voel ik aan den lijve dat we midden in een ‘shift’ zitten en hoeveel energie dit kost. Merk ik hoe Man en ik toe zijn aan vakantie en liever niet thuis. Maar is het nu echt zo dat we straks allemaal mentaal uitgeput zijn?
Ik zelf voel het niet zo.

Na mijn vakantie heb ik weer energie en rek en wil graag bewegen op de mogelijkheden van nu. Ik verheug me daar zelfs op.
Ik kijk naar je uit.

BLOGFlowable

Van wie ben jij er een?

Het is ongeveer 20 jaar terug.Een gesprek over ouderschap waarvan ik meen me ieder detail te herinneren. Als ik eraan terugdenk hoor ik nog de woorden: “Jij bent hun vader en daar hebben ze recht op, je mág niet verdwijnen”.   Ik voel weer mijn onmacht, een enorme energie die het op wil nemen voor de jongetjes waar deze man de vader van is. En het ‘weten’ op zielsniveau dat kinderen hun ouders willen kennen/ kunnen vinden. Ik riep nog, want zeggen was het echt niet: “Eén ding weet ik zeker: ooit komen ze bij jou terug,  als mannen misschien? Maar ze komen terug, jij bént hun vader!” Wat was ik vurig, mijn hart en ziel lagen in dit gesprek. Liefde voor de man, zijn ex en hun twee jongens, een dierbaar bevriend gezin, in combinatie met ‘levenswijsheid’.

25 jaar verder terug. Een weekend logeren bij opa en oma in een klein Brabants dorp.       Sinds een paar maanden woon ik niet meer thuis, aan boord. Naar school gaan betekent ook aan de wal wonen en zo kom ik in een schippersinternaat. Zorgvuldig hebben mijn ouders internaat en school gekozen, een plek waar we kunnen opgroeien, leren en waar zij zichzelf in kunnen herkennen. Lekker dicht bij Rotterdam zodat we vaker en makkelijker naar boord kunnen maar ook een heel eind van familie en Brabantse tradities. Terug naar dat logeren in dat kleine Brabantse dorp. Met mijn inmiddels RoTTerdamse tongval doe ik een boodschapje bij de lokale kruidenier. Ik vraag om het artikel, geen idee meer wat maar het zal zoiets als Berenpasta geweest zijn. Dan stelt Mien dé vraag: “Van wie ben de gij der ene?” De mensen in de kleine winkel kijken me vragend aan. Trots noem ik de naam van mijn moeder en als reactie op de opgetrokken wenkbrauw die van haar vader. Er wordt geknikt, het klopt: “Zij is die, die is goan voaren”.

Een paar maanden geleden ben ik met twee collegavriendinnetjes bij een tweedaagse over samengestelde gezinnen in Groningen. Bij het voorstelrondje wordt gevraagd naar de eigen ervaring met echtscheidingen en samengestelde gezinnen. Als de vraag gesteld is valt het op zijn plek. In de familie waar ik uitkom komen geen echtscheidingen voor. Gewoon niet! De eerste die ‘vertrok’ was mijn moeder, met een schipper op een schip.        Mijn zusjes en ik werden opgevoed door beroepsopvoeders én de familie van onze ouders naast onze ouders. Tijdens de twee dagen die volgen herken ik patronen, de dynamieken, loyaliteiten en de ‘besluiten’ die hieraan ten grondslag liggen. Hoe al deze bonusouders ( wat een woord..) hun best doend, sporen achterlaten. De beperkte momenten met mijn ouders, de ‘feestweekenden’, wegen duizend maal zwaarder.

Het bevriende gezin is uit het oog verloren. Zo gaat dat in het leven én vaker nog als er gescheiden wordt en een nieuw gezin wordt samengesteld. De jongetjes van toen zijn nu mannen. 20 jaar geleden leerde ik iets over ouders en ouderschap of liever gezegd de loyaliteit van kinderen. Een oerkracht of verlangen van mensenkinderen om hun herkomst te kennen.                                  Misschien had ik al eerder ‘geleerd’? Daar in die kleine kruidenierswinkel? Weten wiens kind je bent. Je erkent en gekend weten.

Mijn zusjes en ik waren de kinderen van onze ouders en kenden veel, heel veel opvoeders.    “It takes a village to raise a child” is een (Afrikaans (?) gezegde. In ons geval is dat niet overdreven. Nonnen, groepsleiders en leidsters, opa’s en oma’s en tantes en ooms. En weet je wat dan toch heel bijzonder gewoon is: ieder van ons vier zusjes is overduidelijk een kind van haar vader en moeder.

Van wie ben jij er een? En hoe herken jij hen in jou? Vragen die mij thuisbrengen, plek geven en ruimte om met liefdevolle compassie naar ons gezin te kijken, het gezin waar ik vandaan kom en het gezin dat ik voortbreng.

0D3B9065-D3BE-4E83-B7C0-54AFDF97920F
Lizette fotografie

BLOGFlowable

Op de pier.

Wiebelig sta ik op de rotsblokken van de pier. Lizette Fotografie-37
Mijn wiebeligheid heeft misschien wel dezelfde functie als de pier. Een pier of krib ligt dwars op de rivier en zorgt ervoor dat de stroming naar het midden van de rivier gaat, zo is de oever beschermd en kan de stroming de rivier op diepte houden. Mijn wiebeligheid haalt ook het tempo eruit en geeft me de gelegenheid te voelen, balans én onbalans te ervaren. Ik voel ook de lol die ik heb bij het spelen met de ondergrond, het aftasten en zoeken naar de juiste plek om de volgende stap te zetten. Ik voel mijn ademhaling, het kloppen van mijn hart en de kriebels in mijn buik, ik voel vol leven. Ik herken het plezier in aftasten, niet zeker weten en langzaam veilige grond vinden.

Vandaag werkte ik mee aan een promofilmpje voor een opleiding voor ervaringsdeskundigen waar ik les geef als gastdocent. Dat filmpje maken was op zich al een hele happening. Script, belichting, posities, van alles om rekening mee te houden. In het filmpje geef ik antwoord op de vraag waarom en hoe ik lesgeef in deze opleiding. Ik hoor en zie mezelf vertellen over de manier waarop de studenten en hun verlangen me raakt. Ik zie in mijn ogen de emotie als ik praat over potentie en groei. Ik hoor in mijn stem de gedrevenheid waarmee ik geloof in herstel én de kracht van kwetsbaarheid.
De lessen die ik verzorg gaan over onderwerpen die dicht liggen bij het dagelijks leven. Over drijfveren, kwaliteiten en heel belangrijk over onze overtuigingen; hoe we kijken naar mensen bijvoorbeeld. De lessen gaan ook over de ervaringen die studenten hebben met beperkingen of kwetsbaarheden en hoe deze ervaring kan worden ingezet in zorg en dienstverlening.

Spelen op de pier, wiebeligheid? Hoe zit het met de stroming daar in het midden van de rivier? Rivieren stromen in de richting van ‘open’ water, de zee, een meer. Afhankelijk van de aanvoer van water stroomt het water sneller. Ik herinner me dat ik vroeger ‘op stroom’ mocht drijven van mijn ouders. Met een reddingsboei en touw jezelf laten drijven, heerlijk. Mijn lijf herinnert het zich, de ontspanning en de alertheid tegelijk. Meer ontspannen was het drijven in ‘stilstaand’ water zoals in een haven. Op je rug liggen en de hemel boven je, je oren vol water en het geluid uit de diepte. Voelen dat het water je draagt als je je eraan kunt overgeven.

In het promofilmpje vertel ik iets over de mooiste momenten in de opleiding. Waar de studenten elkaar helpen en nodig hebben om te groeien in herstel. Leren vertrouwen op zichzelf en anderen. “Waar je over zwijgen moet, hè, daar moet je het juist over hebben,” zei Jules Deelder.  Soms gaat dat kolkend als een snelstromende rivier, midden in de vaargeul waar het diep is. De energie spat ervan af, we botsen en deinen op stroom mee of tegen en raken uitgeput. Soms gaat het geleidelijk of er nauwelijks beweging is, dan komt het op vertrouwen aan. Niet bang zijn om eraan toe te geven, in de kalmte voelen dat er ruimte ontstaat, herstel en groei plaatsvind.

Pieren, kribben, rivieren en havens, verbonden door water, stromend water. In mijn werk als begeleider ken ik niet altijd de weg. Als (team)coach ken ik niet alle antwoorden en als docent ben ik zo beperkt in mijn kennis. Wat ik wel heb: vertrouwen en weet van de kracht van water en mensen. Lol in wiebelen. Plezier in drijven en me gedragen weten door mijn ervaring. De kracht van mijn kwetsbaarheid. In mijn werk ken ik de verbondenheid van en met mensen, een zee van mensen.

BLOGFlowable

De Parlevinker

Met een lach die prachtige rimpels rond haar ogen doet verschijnen nodigt ze me uit. “Wil je niet weer eens een blog schrijven?” Ze stelt de vraag nadat ik haar verteld heb over de parlevinker.

De afgelopen tijd lukte het me niet, schrijven, steeds stuitte ik op Corona en daar heb ik dus geen zin in. De vraag zingt rond in mijn hoofd, hart en buik net als het verhaal van de parlevinker.

Thuis noemden wij de parlevinker ‘de proviandboot’, een soort SRV-wagen op het water. Mijn moeder was gewend boodschappen te doen aan de wal. Dat betekende proviand inslaan voor een paar weken.

CA6E64D6-2E07-49CE-9F76-F73C40A05533Zonder boodschappenlijst kocht zij verse producten die hun weg vonden naar koelkast, vriezer of voorraadkast. Aanvullend werden blikken en potten gekocht, zo nu en dan gedroogde producten voor de zekerheid. Goed voorbereid maakten mijn ouders zich zo op voor ‘de reis’. Met zeven mensen woonden wij op een binnenvaartschip en mijn moeder was ‘de kok’. Onderweg bleek soms iets ‘op’ of ‘vergeten’, heel soms hadden we zin een Berlinerbol of Ribchen. Dan kwam de proviandboot langszij en werd er een krant gekocht en de verse producten die voorhanden waren. Heel slim ging mijn moeder om met alle etenswaar die we aan boord hadden. Zo had alles een (eigen) plek, was er een volgorde in het gebruik afhankelijk van de houdbaarheid en werd niets weg gegooid.

Het verhaal over de parlevinker vertelde ik in een gesprekje over recepten. Iets in het gesprek brak mijn herinnering open. Kon ik terugzien hoe ik geleerd heb voor groepen te koken en ‘het te doen met wat er is’. Anticiperen en improviseren. Twee kwaliteiten die ik ‘afkeek’ van mijn moeder. Leerde van haar toen ik als kind in de keuken tot hulp werd gebombardeerd. S morgens kwam de vraag:”Wat kook je vandaag?” Dan volgde een speurtocht langs de verse groenten, zijn er nog aardappelen, welk vlees haal ik uit de vriezer en wat gaat het toetje kunnen zijn? Geen recept: gewoon iets maken van wat je aan boord hebt.

Vandaag zet ik mezelf achter de pc. Ik ga een blog schrijven. ‘Zoek in de kasten wat ik ‘aan boord’ heb’. Ingrediënten om te schrijven over iets anders dan Corona.

Dan blijkt dat het samenvalt. Een derde kwaliteit piept tevoorschijn: ik kan het nemen zoals het komt. Er het beste van maken, ook in Coronatijd. Het is alsof we aan boord en onderweg zijn, de bestemming wijzigt en de proviandboot vaart niet. Dan blijkt dat er nog gedroogd fruit is, een pakje rijst (al even over de datum) een pak houdbare volle melk en een restje ham van gisteren. Met wat goedgekozen kruiden ontstaan een bijzondere Pilav.            We smullen.

Pilav Corona zet ik boven deze blog. Als ik teruglees wat ik heb geschreven ben ik ontroerd. Herinner ik me de veiligheid van thuis. Herken ik de veiligheid in voorspelbaarheid van onvoorspelbaarheid. Voel ik Thuis. Dank ik háár voor de uitnodiging. Twijfel ik en besluit de titel te veranderen.

BLOGFlowable